Heb je te maken met bouw-, infrastructuur- of andere ruimtelijke projecten? Dan kom je vaak in aanraking met ecologisch onderzoek, zoals quickscans flora en fauna. Tot voor kort deed je dat volgens de Wet natuurbescherming (Wnb). Vanaf 1 januari 2024 geldt echter de Omgevingswet. In dit blogbericht lees je wat er precies verandert, waarom dat belangrijk is voor jouw quickscans en hoe je je goed voorbereidt.
1. Wat was de Wet natuurbescherming?
De Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde planten en dieren in Nederland. Wilde je bouwen of een gebied aanpassen, dan moest je rekening houden met beschermde soorten en leefgebieden. Vaak had je een ontheffing nodig als jouw werkzaamheden schade konden veroorzaken aan beschermde dieren of planten. Ook was er een zorgplicht om altijd voorzichtig met de natuur om te gaan, óók als je geen ontheffing hoefde aan te vragen.
2. Wat doet de Omgevingswet?
De Omgevingswet vervangt of bundelt 26 bestaande wetten, waaronder de Wnb. Het idee is dat je als ontwikkelaar of projectmanager met één digitaal loket (het Omgevingsloket) te maken krijgt. Hier vraag je alle vergunningen aan die je nodig hebt: van bouw tot milieu en van water tot natuur.
Wat is er veranderd voor natuurbescherming?
- Andere naamgeving: Een “Wnb-ontheffing” heet nu een “omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit”.
- Integrale aanpak: Je kunt één aanvraag doen voor verschillende activiteiten (bijv. bouw + flora en fauna). Dit kan handig zijn, maar zorgt soms ook voor meer complexiteit.
- Zorgplicht blijft: Net als in de Wnb moet je altijd zorgvuldig omgaan met natuur. Nu is deze zorgplicht omschreven in de Omgevingswet en bijbehorende besluiten (zoals het Bal).
- Digitale procedure: Je regelt aanvragen digitaal via het nieuwe Omgevingsloket. Het is slim om tijdig in te loggen en te checken welke gegevens je nodig hebt.
3. Wat betekent de overgang voor jouw quickscans flora en fauna?
Een quickscan flora en fauna is een kort onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde planten en dieren in jouw projectgebied. De inhoud van zo’n onderzoek blijft hetzelfde: de ecoloog gaat na of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn en of je maatregelen moet nemen.
Belangrijkste punten:
- Zelfde inhoud, nieuwe naam
Sommige ecologen noemen het nu een “Quickscan Omgevingswet – Natuur” in plaats van een “Quickscan Wnb”. De kern van het onderzoek verandert niet: je kijkt nog steeds of beschermde soorten aanwezig zijn en wat de impact is van je project. - Vroegtijdig plannen
Voer de quickscan in een vroeg stadium uit. Kom je er te laat achter dat er vleermuizen, broedvogels of andere beschermde soorten zitten, dan loop je de kans op vertraging en extra kosten. Met de Omgevingswet zijn vergunningsprocedures op sommige punten sneller, dus je wilt je onderzoek op tijd klaar hebben. - Vervolgonderzoek en vergunning
Vindt de ecologisch adviseur potentie voor beschermde soorten? Dan volgt mogelijk vervolgonderzoek, een plan voor mitigerende maatregelen (bijvoorbeeld vleermuiskasten ophangen) en een aanvraag voor een omgevingsvergunning flora en fauna. Het proces lijkt op het oude regime met de Wnb, maar de aanvraag gaat nu via het Omgevingsloket.
4. Praktische gevolgen voor jou als ontwikkelaar of projectmanager
4.1 Integrale vergunningaanvraag
Je kunt ervoor kiezen om natuur, bouw en bijvoorbeeld bodemonderzoek in één keer als “omgevingsvergunning” aan te vragen. Dit betekent dat alle onderdelen gecoördineerd worden. Handig, maar let op de volledigheid van je documenten: als er iets ontbreekt, kan de hele aanvraag vertragen.
4.2 Kortere beslistermijnen
In sommige gevallen neemt de overheid sneller een beslissing over jouw aanvraag. Dat is positief, want je hebt eerder duidelijkheid. Maar het vraagt ook dat je aanvraag meteen compleet moet zijn. Laat daarom je quickscan-rapport op tijd opstellen en voeg alle relevante stukken toe.
4.3 Zorgplicht en ongewone voorvallen
Net als voorheen moet je zorgvuldig omgaan met planten en dieren. Kom je er tijdens de werkzaamheden achter dat er toch een beschermde diersoort aanwezig is, dan ben je verplicht direct maatregelen te nemen. De Omgevingswet beschrijft ook wat je moet doen als er onverwacht schade ontstaat of een dier gewond raakt.
5. Hoe kun je je voorbereiden?
- Doe tijdig een quickscan
Zo voorkom je last-minute verrassingen. Het geeft je ook ruimte voor vervolgonderzoek als dat nodig is. - Zorg voor een goed plan bij beschermde soorten
Bereid je voor met mitigerende maatregelen. Denk aan werken buiten het broedseizoen of alternatieve nest- of verblijfplaatsen aanleggen. - Check of er een gedragscode bestaat
Sommige branches hebben gedragscodes, waardoor je in bepaalde gevallen geen aparte vergunning nodig hebt als je de code naleeft. Informeer bij jouw brancheorganisatie. - Leer het nieuwe systeem kennen
Verdiep je in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Omgevingsloket. Zorg dat jij (of je vergunningenadviseur) weet hoe je een aanvraag moet indienen en welke documenten vereist zijn. - Werk samen met experts
De Omgevingswet is breed en soms complex. Schakel ecologen, juristen of vergunningenadviseurs in als je twijfelt. Een kleine investering in kennis kan grote problemen en vertraging voorkomen.
6. Uitdagingen en oplossingen
- Onwennigheid: De nieuwe termen en het digitale Omgevingsloket kunnen even wennen zijn. Zorg voor interne trainingen of vraag een expert om hulp.
- Seizoensafhankelijke onderzoeken: Bepaalde soortenonderzoeken kun je alleen op specifieke momenten in het jaar doen (zoals vleermuisonderzoek in de zomer). Plan dit ruim op tijd in je projectplanning.
- Knelpunten in de praktijk: Digitaal kan er wel eens iets misgaan. Dien je aanvraag daarom niet op het allerlaatste moment in.
- Verantwoordelijkheid: Maak duidelijke afspraken in contracten over wie waarvoor verantwoordelijk is, zoals het naleven van de zorgplicht tijdens de uitvoering.